Dorpen & Steden

Nijmegen, Lent, Oosterhout en de Ooijpolder

Nijmegen

Nijmegen (in het Nijmeegs: Nimwèège) is een stad in de Nederlandse provincie Gelderland. De gelijknamige gemeente heeft circa 160.000 inwoners en is daarmee de grootste gemeente in
de provincie en de achtste van Nederland. Aan het begin van de 19e eeuw telde Nijmegen slechts een goede 10.000 inwoners, in 1875 was dit meer dan verdubbeld tot ongeveer 24.000
en tegen de eeuwwisseling was het inwonertal opgelopen tot 44.000.

De gemeente Nijmegen maakt deel uit van de Stadsregio Arnhem-Nijmegen (KAN) en grenst aan de gemeenten Lingewaard, Overbetuwe, Beuningen, Wijchen, Heumen, Groesbeek en Ubbergen. De stad Nijmegen ligt grotendeels op de linkeroever van de Waal, aan de voet van een stuwwal. Een deel van de gemeente ligt sinds kort aan de overzijde van de rivier. Het betreft hier de zogenaamde Waalsprong, een recent geannexeerd gebied, waarin zich de dorpen Lent en Oosterhout bevinden.

Nijmegen is een van de oudste steden van Nederland, en twist met Maastricht al jaren over de titel oudste stad van Nederland. In de Middeleeuwen werd de stad een aanzienlijk centrum van het Frankische Rijk. Later werd zij de voornaamste van de vier Gelderse hoofdsteden en bovendien een Hanzestad.

Nijmegen is ontstaan als Romeins administratief en economisch centrum ten behoeve van de Bataven. De oudste Romeinse resten zijn die van een grote castra op de Hunnerberg uit 15 v.C. De resten van het, voor zover bekend, oudste stenen gebouw in Nederland werden in 2005 gevonden op enkele kilometers ten westen van de Hunnerberg.

De groei van Nijmegen als stad werd ernstig beperkt, omdat Nijmegen voor de Vestingwet van 1874 de status van vestingstad had. Daarvoor mochten er namelijk rondom de vesting geen woningen gebouwd worden binnen het bereik van het geschut op de vesting, waardoor de stad binnen de vestingwallen enorm overbevolkt raakte (in 1875 woonden er ongeveer 23.000 mensen in de stad, terwijl er 2.400 panden waren). Na de afbraak van de vestingwallen in 1876 kon Nijmegen pas echt gaan groeien en verbeterde het leefklimaat in de stad.

Nadat in 1879 al een spoorbrug over de Waal was gerealiseerd, kreeg Nijmegen in 1936 eindelijk een verkeersbrug, de Waalbrug. Deze brug werd tijdens de Duitse invasie in 1940 opgeblazen en in 1943 herbouwd. Voor 1936 was de enige verbinding met de overkant een veerpont naar Lent.

In de Tweede Wereldoorlog, op 22 februari 1944, leed Nijmegen zware schade bij een geallieerd bombardement, (uitgevoerd door 16 Amerikaanse bommenwerpers), dat eigenlijk bedoeld was voor een Duitse stad. Het vermoeden is dat Nijmegen vanuit de lucht werd aangezien voor het Duitse stadje Kleef (Kleve), beide zijn gelegen aan een rivier en voorzien van een markante toren. Bij dit bombardement vonden meer dan 800 mensen de dood en werd nagenoeg de gehele historische bovenstad verwoest of zwaar beschadigd.In september 1944 werd in en rond Nijmegen hevig gevochten toen in het kader van Operatie Market Garden; de Waalbrug werd veroverd.

Een belangrijke rol in de verovering van de brug was voor de Nijmeegse student Jan van Hoof, die als lid van de Geheime Dienst Nederland informatie had verzameld over de brug. Op 18 september 1944 maakte Van Hoof de explosieven
die aan en onder de brug waren aangebracht onklaar, waarna de brug twee dagen later nagenoeg ongeschonden door geallieerde troepen kon worden veroverd. Maandenlang lag de stad toen pal
aan het oorlogsfront, hetgeen nog een extra aanslag op de zwaar beschadigde stad tot gevolg had.

Door verwaarlozing en armoede was de Benedenstad (het deel van het centrum dat in het lage deel, aan de Waal, is gelegen) na de Tweede Wereldoorlog in verval geraakt. De situatie was al in de 19e eeuw zorgwekkend, na de bouw van de Waalbrug en het verdwijnen van het veer in 1936, verdween ook de bedrijvigheid. Na jarenlange discussies en plannenmakerij werd in 1972 besloten tot grootschalige sloop en herbouw. Doel van de herbouw was het behoud van de volkshuisvesting (sociale huurwoningen). Van 1978 tot 1983 werden zo’n 650 woningen gebouwd. In 1975 is de Benedenstad uitgeroepen tot “beschermd stadsgezicht”, maar toen waren de meeste middeleeuwse panden al gesloopt. Alleen de Lage Markt, de Lange Hezelstraat, een deel van de Priemstraat en de Begijnenstraat zijn nog oorspronkelijk gebleven, de rest is nieuwbouw.

Lent

Lent is een dorp in de Nederlandse gemeente Nijmegen. Het wordt van het centrum van de stad gescheiden door de rivier de Waal,
aan welks noordelijke oever het ligt. Van Lent uit is het 2 km naar Nijmegen Centrum. Ook heeft Lent een treinstation met treinverbinding naar Nijmegen en Arnhem. Op 1 januari 2007 had Lent 5692 inwoners.

Lent maakte tot 1998 deel uit van de gemeente Elst. Het herbergt veel bedrijven in de land- en glastuinbouw. Maar de land- en glastuinbouw wordt bedreigd sinds Lent onder gemeente Nijmegen valt. want veel kassen plaats moeten maken voor woningbouw. Het dorpsbeeld van Lent wordt sinds 1879 bepaald door de neogotische kruiskerk van architect Gerard te Riele.

Lent speelt een belangrijke rol in de zogeheten Waalsprong. In het kader van een landelijk project genaamd meer ruimte voor de rivier is Nijmegen op dit moment bezig met de dijkteruglegging bij Lent. Deze stadsuitbreiding van Nijmegen staat voor de kern de status van ‘stadseiland’ in het vooruitzicht. In de Waal ontstaat tijdens dit project een nevengeul die meer ruimte creëert voor de rivier en daarnaast ruimte maak voor recreatie. Het eiland wat nu gecreeert wordt heeft nog geen definitieve opvulling gekregen naast dat er gewoond zal worden.

Oosterhout

Oosterhout is een dorp in de Nederlandse provincie Gelderland dat deels in de gemeente Overbetuwe, deels in de gemeente Nijmegen ligt. Het Nijmeegse deel is een nieuwbouwwijk die deel uitmaakt van het stedenbouwkundig project de Waalsprong. Het oude deel (Overbetuwe) heeft ongeveer 4213 inwoners (in 2007), het Nijmeegse deel 3616 (1 januari 2006). De rooms- katholieke Sint-Leonarduskerk in Oosterhout is een ontwerp van Clemens Hardeman uit 1931 in een sobere expressionistische stijl met een kruisweg van Jan Toorop uit 1918.

Huis Oosterhout is een oud landgoed, met een monumentaal landhuis, herbouwd rond 1840 na de laatste grote overstroming in 1820. In de geschiedenis is de Waaldijk enkele malen doorgebroken, wielen als de Waaiensteinkolk getuigen daar nog van.
Rond het dorp zijn verder met name tuinbouw en boomkwekerijen van economisch belang.

De Ooijpolder

De Ooijpolder heeft een grote verscheidenheid aan landschappen: oude rivierlopen, uiterwaarden, wielen, zandgaten, kleiputten, moerassen en stuifduinen (uniek in Nederland). In het voorbeeldnatuurgebied de Millingerwaard kunt u grote grazers zoals Poolse Konikpaarden en Schotse Galloway-runderen bewonderen die er vrij rondlopen.

Bezienswaardigheden

Goffertpark

Het Goffertpark is vernoemd naar een boerderij, de Goffertboerderij, die nog steeds aan de rand van het park aan de Goffertweg staat. De aanleg van het park was een werkverschaffingsproject en begon in 1935. Het was crisistijd en er heerste grote werkloosheid. Omdat het een werkverschaffingsproject was, mochten er geen machines gebruikt worden en moest al het werk met de hand worden gedaan.
Het park was vlak voor de Tweede Wereldoorlog, in 1939, gereed. Het Goffertpark heeft een oppervlakte van 83 hectare. De naam Goffert is waarschijnlijk een bijnaam van een van de voormalige bewoners van de Goffertboerderij: de man was nogal grof gebouwd.
Het park heeft een grote speelweide die gebruikt wordt bij evenementen zoals circussen, popconcerten en muziekfestivals. Verder is er een kinderboerderij, rosarium, openluchttheater, een bos en zijn er verschillende vijvers. Aan de rand van het Goffertpark ligt een openluchtzwembad: het Goffertbad en ook het NEC-stadion, De Goffert, ligt in dit park.

Valkhofpark

Het Valkhofpark in het centrum van Nijmegen is één van de belangrijkste historische plekken van Nederland. Vanaf de prehistorie is deze stuwwal al bewoond. De eerste Romeinen bouwden er de eerste nederzetting van Nederland; het Oppidum Batavorum. Nadat deze in brand was gestoken, bouwden ze er een fort. Keizer Karel de Grote had er in de 8e eeuw één van zijn paleizen, een palts. Die werd later uitgebreid tot een machtige burcht.

Vandaag de dag is het Valkhofpark het eerste romantische landschapspark van Nederland dat is ontworpen door Zocher. In het park zijn nog diverse overblijfselen te zien uit de rijke historie, zoals de Barbarossaruïne (overblijfsel van de St. Maartenskapel) en de St. Nicolaaskapel.

Vlakbij het centrum van Nijmegen en nabij het station ligt het kleine en aantrekkelijke Kronenburgpark.
In 2004-2005 is het park grondig opgeknapt.“Op zoek naar het geluk in het Kronenburgpark“ zong Frank Boeijen tijdens zijn optreden in het park in 1989 en daarmee maakte hij het tot “misschien wel tot de beroemdste stadstuin van Nederland“.

Kronenburg Park

Het Kronenburg park heeft een Engelse tuin en valt op door hoogteverschillen, ruïnes, rondlopende paden, veel verschillende
boomsoorten, vijvers, bruggetjes, watervallen en een grot. De ‘ruïnes’ waren er al: de Kruittoren, het Rondeel en de restanten
van de muur daartussen. De grot werd gemaakt van stenen van de oude stadsmuur en van ‘misbaksels’ van een steenfabriek in de buurt. Het Kronenburg park is absoluut een wandeling waard!

Sint-Stevenskerk

De Sint-Stevenskerk is de oudste en grootste kerk van Nijmegen.
De geschiedenis gaat terug tot de zevende eeuw. Nadat Nijmegen in 1247 in pand was gegeven aan de graaf van Gelre, werd de Stevenskerk om strategische redenen verplaatst van het Kelfkensbos naar de huidige locatie, de zgn. Hundisburg.
De huidige kerk werd in 1273 gewijd door Albertus Magnus.
Bestuurlijk viel de Stevenskerk onder het gezag van het kapittel van de Apostelenkerk in Keulen. De kerk was lange tijd de enige parochiekerk in de stad. Het gebouw werd in de dertiende tot zestiende eeuw herhaaldelijk
uitgebreid, onder andere met een indrukwekkende kooromgang.
In 1475 verleende paus Pius IV toestemming voor de oprichting van een eigen kapittel in de Stevenskerk. In 1591 werd de kerk definitief protestants, afgezien van een katholiek intermezzo rond 1670. Alleen de toren is eigendom van de Gemeente Nijmegen.
De kerk werd zwaar getroffen bij het bombardement van 1944, maar is in volle glorie herrezen. Tegenwoordig wordt het gebouw vooral gebruikt voor wekelijkse oecumenische kerkdiensten, orgelconcerten op het befaamde Königorgel, tentoonstellingen en oraties. De Stevenskerk is voor bezichtiging geopend.

Overige bezienswaardigheden/ activiteiten

Belvédère

In de vijftiende eeuw is het Belvédère herbouwd van een toren met fouten tot een nieuwe toren met prachtig uitzicht door de Hertog van Parma. Toen het bouwwerk niet meer nodig was voor de verdediging, sloopten de magistraten het tot aan de kelder en herbouwden het wederom in renaissance stijl.
In de 19e eeuw was het Belvédère erg in trek bij leden van het koninklijk huis, waardoor de populariteit van het torentje nog toenam. Vandaag de dag is het Belvédère een uitstekend restaurant.


Waagh

In 1612 werd naar een ontwerp van Meester van Delft begonnen met de bouw van de Waagh. Op het marktplein voor de Waagh, in het hart van de stad van Nijmegen, was volop bedrijvigheid
en de handel bloeide. Als een wonder heeft de Waagh de Tweede Wereld Oorlog ternauwernood overleefd en in de jaren zeventig onderging het gebouw een grondige restauratie. Tijdens de
restauratie is er onder andere een fraai gebeeldhouwde schouw uit 1646 op de bovenzaal geplaatst. Sinds 1 januari 1995 vinden er in verschillende ruimtes van de Waagh uitéénlopende horeca-activiteiten plaats. In het najaar van 1998 heeft een grondige verbouwing de Waagh Eet en Drinkhuys De Waagh
omgetoverd tot een sfeervol restaurant met op de eerste verdieping een stijlvolle Bourgondische feestzaal.

Heumen, Overasselt, Nederasselt, Malden, Batenburg, Wijchen en Bergharen

Gemeente Heumen

De gemeente Heumen is in de huidige vorm ontstaan in 1980. Toen werden

de gemeenten Overasselt en Heumen samengevoegd tot één gemeente.

Tot de gemeente behoren de kernen Malden, Heumen, Overasselt, Nederasselt

en een deel van Molenhoek. De grootste kern van de gemeente is Malden.

Mede dankzij de gunstige ligging ten opzichte van Nijmegen en de rijksweg

Nijmegen-Venlo.

In de gemeente wonen ongeveer 15.400 mensen. In de Franse tijd had Heumen 434 inwoners en Malden 345.

Ook de dorpen Overasselt en Nederasselt waren groter dan Malden.

Na het vertrek van de Fransen in 1813 ontstonden de twee gemeenten ‘Heumen en Malden’ en ‘Overasselt’ met de kernen Overasselt en Nederasselt. In 1923 werden Balgoy en Keent aan deze gemeente toegevoegd. De vier kernen van de gemeente Heumen kenmerken zich door hun landelijke karakter. De bewoning van dit gebied dateert al vele jaren. Dat blijkt uit de resten van een Romeinse wachttoren in het bosgebied Heumensoord, waarvan de contouren nog steeds zichtbaar zijn. Tegenwoordig is alleen nog de vroegere verdedigingsgracht zichtbaar. In de komende jaren zullen wetenschappers de resten onderzoeken en conserveren, waarna een gedeeltelijke reconstructie zal plaatshebben.

In de gemeente Heumen valt op cultureel gebied veel te doen. Er zijn veel verenigingen, stichtingen en organisaties die zich met de meest uiteenlopende activiteiten en evenementen bezighouden. Er zijn goede voorzieningen op het gebied van primair onderwijs, zorg, welzijn, cultuur en sport. Daarnaast is er een gevarieerd winkelbestand.

Vriendelijk en landelijk, zo zou je de gemeente Heumen kunnen typeren. Een ideaal gebied voor fietsers, wandelaars en ruiters. Rond de dorpen Heumen, Malden, Overasselt en Nederasselt liggen schilderachtige heidevelden, vennen, uiterwaarden en bossen. De uitgestrekte wandel- en fietsmogelijkheden en talrijke ruiterpaden zijn bij uitstek geschikt voor de rustzoeker.

Malden

Malden is verreweg de grootste van de kernen Heumen, Overasselt en Nederasselt, een gevolg van de gunstige ligging ten opzichte van Nijmegen en de Rijksweg vanaf die stad naar Venlo. Over de naamgeving Malden bestaat

de grootste onduidelijkheid. De naam zou kunnen wijzen op de ligging of de bodemgesteldheid. Maar uitgaande van deze verklaring is het onduidelijk waarom andere plaatsnamen dan niet deze naam dragen.

Op een open plek in het bos bij Malden (Heumensoord) liggen de restanten van een Romeinse wachttoren uit de vierde eeuw na Christus. Het Romeinse systeem van grensbewaking door middel van forten (castella) langs de Rijn vergde veel mankracht en onderhoud. Om verschillende redenen was dat op den duur niet meer op te brengen. In de vierde eeuw stapten de Romeinen daarom over op een meer flexibele verdedigingsvorm waarbij indringers “in de diepte” werden opgevangen en de pas afgesneden.

De wachttoren van Malden werd gebouwd ter bescherming van een van de wegen landinwaarts (de weg Nijmegen-Cuijk-Maastricht). Het complex werd omgeven door een aarden wal van ca. 30 x 30 meter, een gracht en een poort. Daarbinnen stond een torenachtige constructie van enkele verdiepingen. De contouren van deze controlepost uit de vierde eeuw zijn tegenwoordig in het bos gereconstrueerd. Daar staat ook een informatiepaneel.

Het culturele aanbod in Malden is zeer gevarieerd. In het sociaal-cultureel centrum “Maldensteijn”, waarvan de naam is verbonden met één van de oudste en grootste boerderijen van Malden uit de late middeleeuwen, worden vele cabaret, dans en muziekuitvoeringen gegeven.

Overasselt

Overasselt heeft ongeveer 2600 inwoners en is daarmee de twee na grootste

kern van de gemeente Heumen. De namen ‘Asselt’ van zowel Overasselt als

Nederasselt kan te maken hebben met een laaggelegen beboste moerassige

streek. ‘Over’ en ‘Neder’ kan te maken hebben met de ligging van

de Maas: stroomopwaarts en stroomafwaarts.

De katholieke kerk St. Antonius Abt van Overasselt uit 1891

is een gebouw in neo-romanogotische stijl naar een ontwerp van

architect Carl Weber. 

Nederasselt

Het landelijke dorpje Nederasselt is een van de kleinere kernen in de

Gemeente Heumen. Het dorp grenst aan Overasselt en aan de Vestigingsstad

Grave.

Vlakbij het dorp Nederasselt staat een Standerd korenmolen (genaamd Maasmolen)

uit ongeveer 1700. De molen is in 1740, bij een dijkdoorbraak

van de Maasdijk, door het water verwoest. De toenmalige eigenaar, David

ten Horen, liet in 1741 meer landinwaarts een nieuwe molen bouwen.

De molen is 500 meter verplaatst in 1972 en tevens gerestaureerd.

In de 17e eeuw is voor het verdedigen van de stad Grave het kroonwerk Maasmolen Nederasselt

Coehoorn in de Nederasseltse uiterwaarden aangelegd. De naam Coehoorn is afkomstig van de bouwer Menno van Coehoorn . Van dit kroonwerk is heden ten dage niets meer van over maar er zijn struiken geplant op de plaats waar vroeger het kroonwerk stond zodat de contouren hiervan zeer goed zichtbaar zijn. Ook het restaurant, centraal in het dorp gesitueerd, is vernoemd naar

Menno van Coehoorn.

Gemeente Wijchen

Wijchen is een plaats en gemeente in de provincie Gelderland. De gemeente is in 1984 ontstaan uit

de vroegere gemeenten Batenburg, Bergharen en Wijchen. Wijchen telde op 1 maart 2007

41.896 inwoners en heeft een oppervlakte van 69,60 km² (waarvan 1,98 km² water).

De gemeente Wijchen maakt deel uit van de Stadsregio Arnhem-Nijmegen.

Wijchen en de omliggende kernen hebben een dik pak aan geschiedenis.

Bijvoorbeeld aan het westen van Wijchen, het stadje Batenburg (vroeger ook

wel Batavenburg genoemd), was vroeger een belangrijke plaats van de Batavan.

Zo zijn er nog veel meer historische plaatsen in de gemeente Wijchen. Gemeentewapen van Wijchen

Wijchen ligt tussen Maas en Waal en profileert zichzelf als ‘Centrum in Tweestromenland’. Wijchen heeft een jumelage met de stad Stargard Szczeciński uit Polen. Deze visie staat haaks op die van mensen die Wijchen als een voorstad van Nijmegen zien. Het heeft veel voorzieningen (waaronder een bioscoop, een uitgebreid winkelaanbod, een ruim sportaanbod en een breed aanbod aan middelbaar onderwijs, alsmede een gevarieerde mix aan natuur, vooral in de omliggende kernen. Een bekende bezienswaardigheid is het Kasteel van Wijchen. Andere kastelen binnen de gemeentegrenzen van Wijchen zijn Kasteel Hernen, het Huis te Leur, en het Kasteel (nu een ruïne) van Batenburg.

Wijchen

Van oorsprong is Wijchen een klein agrarisch dorp geweest wat nog niet van belang was voor Nederland. Toen was Wijchen nog echt een kleine voorplaats

van Nijmegen. In de Steentijd zijn al dingen teruggevonden in Wijchen, bijvoorbeeld bij de Oude Molen. Daarnaast zijn er ook op de Molenberg

(de berg waar de molen opstaat) graven gevonden van Romeinen.

In de Romeinse tijd was Wijchen vooral een plaats voor de rijken. Het lag toen

op een kleine afstand van Nijmegen. Maar in de Romeinse tijd ging Wijchen

pas echt goed groeien. Wijchen werd steeds minder agrarisch en veranderde langzaam in een stadje. In de vroegere tijd had Wijchen maar een kleine 3000 inwoners. Nu is het gegroeid naar een stad met dik 40.000 inwoners. Wijchen is uitgegroeid van een klein dorpje naar een middelgrote stad met een stadscentrum.

In het centrum bevindt zich het marktplein, via daar kunt u naar alle delen van het centrum. Het Marktplein is recentelijk op de schop gegaan. Er liggen vernieuwde stenen en in het midden van het plein staat een klein monumentje. Als u door het overdekte winkelcentrum vanaf marktplein gaat komt u uit op het Europaplein. Dat is een plein die aan de rand van het centrum ligt. Verder is de Touwslagersbaan ook een belangrijke straat.

Wijchen heeft een groot aanbod aan winkels. Het centrum is goed te bereiken, met de stoptrein of met de bus. Parkeren is ruimschoots mogelijk. Er liggen ook plannen om er 8 verdiepingen tellende parkeerkelders aan te leggen

Wijchen heeft in de woonwijk Wijchen-Zuid een winkelcentrum liggen.Verder zijn er kleine winkelcentra in Wijchen-Noord, in Homberg en in de straat Tunnelweg (in de Vogeltjesbuurt).

Wijchen heeft een aantal mooie en oude kerken, waaronder de Antonius Abt. In Wijchen heb je een aantal parochies. De Parochie de Hoeksteen bestaat uit een aantal kerken uit Wijchen en de kerk uit Alverna en Balgoij. Wijchen is de hoofdplaats bij de Protestantse Streekgemeente Maas en Waal-zuid.

Batenburg

Batenburg dateert uit de Romeinse tijd. Volgens de overlevering zou een

Keltische prins, genaamd Bato, de stad hebben gesticht. De Romeinen

veroverden Batenburg later en bouwden er een tempel. Op de fundamenten

van deze tempel zou in 327 het eerste kasteel zijn gebouwd. Romeinse Ruïne in Batenburg

Uit de 11e eeuw zijn oorkonden bekend, waaruit blijkt dat er in Batenburg een riddergeslacht was, dat aanzienlijke macht had. Deze Heren van Batenburg zijn zgn. Bannerheren, d.w.z. dat zij een hogere status hadden dan andere ridders. Schippers die over de Maas Batenburg passeerden, moesten tol betalen. En ook personen die over het land Batenburg passeerden betaalden tol. Daarnaast had de Heer het recht van het veer, de molen en de eendenkooi. Tevens bezat hij het visrecht, muntrecht, recht op gruijt (brouwerij), het landrecht en bepaalde rechten om markten te houden. Tenslotte bezat hij het recht om belasting te heffen en een eigen rechtbank te hebben. Tot begin 19e eeuw werd door de Heer van dit recht gebruik gemaakt. Verschillende Heren van Batenburg zijn in vreemde krijgsdienst geweest. Dit heeft ook tot gevolg gehad dat diverse Heren slechts kort geleefd hebben. De laatste mannelijke telg van de Heren van Batenburg overleed in 1315.

Batenburg heeft in 1389 stadrechten gekregen. Doordat de dienstverlening aan de Heer en zijn hofhouding wegvalt, wordt de economische basis aangetast. Langzaam zakt Batenburg weg tot een kleine agrarische gemeenschap. In 1766 wordt een kleine haven aangelegd om mee te profiteren van de handel langs de Maas. Ten tijde van de Franse overheersing vervalt het kasteel tot de huidige ruïne. In die tijd worden ook de rechten van de Heren opgeheven.

In 1818 wordt het land verdeeld over gemeenten. Batenburg is te klein om een zelfstandige gemeente te worden, maar de vorst van Bentheim wil dat wel en past het benodigde geld bij. Hij kan dan meer invloed uitoefenen op de gang van zaken. Het rijk van de vorst van Bentheim is afgelopen in 1945 als al het Batenburgse bezit wordt geconfisqueerd. Op 1 januari 1984 wordt Batenburg bij de gemeente Wijchen gevoegd. Batenburg is vandaag de dag een prachtig stadje aan de Maas

Bergharen

Bergharen is een dorp in de gemeente Wijchen die eerst een zelfstandige gemeente was. Er wonen circa 2000 mensen in Bergharen.

Het dorp heeft 2 kerken, een protestante en een katholieke kerk. Er is tevens een bos, waarin een kapel en een molen staan.

Ook heeft het dorp het grootste aaneengesloten rivierzandduingebied van West-Europa. Het gebied rond Bergharen en de plaats Horssen is een hoog gelegen zandgebied omgeven door klei. Het maakt deel uit van een groter rivierduincomplex, dat ongeveer 10.000 jaar geleden is opgewaaid uit de bedding van het vlechtende riviersysteem van de Rijn. In de duin bij Bergharen

is een paraboolvorm te herkennen die onder invloed van zuidwesten winden is ontstaan.

In latere eeuwen zijn de duinen bedekt geraakt met rivierafzettingen.

Nu steken alleen de hoogste delen van de rivierduinen nog boven dit kleidek uit. Je ziet

als het ware alleen nog maar het topje van de zandberg. De berg van Bergharen steekt ongeveer 15 meter boven het omringende land uit. In de afgelopen eeuwen zijn kleine delen van de rivierduinen door overexploitatie van de vegetatie opnieuw in verstuiving gegaan. In de vorige eeuw is dit stuifzand door bebossing weer vastgelegd.

De rivierduinen zijn vooral begroeid met eikenhakhout, grove den en Corsicaanse den. Karakteristiek is het voorkomen van gewone eikvaren op steile hellingen en kantjes. Er zijn ook heischrale begroeiingen met struikheide en brem. Op en rond de rivierduinen leven van oudsher dassen, maar ze hebben het niet gemakkelijk. Bij Bergharen bevond zich een van de grootste dassenburchten van West Europa, het werd zelfs de dassenhoofdstad genoemd, tot er een internationaal motorcrossterrein kwam. Dit crossterrein is inmiddels opgeheven en in 2003 is begonnen aan een project onder het motto ‘Geef de das zijn hoofdstad terug’ om de omgeving weer optimaal geschikt te maken voor de das. Wegens de grote rust is de Horssen een rustplaats voor veel watervogels. De terreinen vormen ook een goed leefgebied voor andere vogels; bosvogels als groene specht, bosuil en nachtegaal zijn bewoners van beide gebieden.Bij het beheer van Bergharen en Horssen staan de natuurwaarden binnen het kleinschalige cultuurlandschap voorop. Er wordt gestreven naar afwisselende bossen, waar veel planten en diersoorten zich thuisvoelen. De Laagveldse Plas in Horssen wilt men rustig houden, ten behoeve van watervogels en andere dieren. In Bergharen wilt men dat de das zich er weer gaat thuisvoelen en er wellicht in de toekomst een nieuwe grote dassenstad ontstaat.

Hernen

Hernen is een kerkdorp in de Gemeente Wijchen. Het dorp heeft 600 inwoners. De belangrijkste gebouwen in Hernen zijn de Sint Judocus-kerk van architect P. Th. Stornebrink en het Kasteel Hernen uit de 14e eeuw.

Het Kasteel Hernen is waarschijnlijk rond 1350 ontstaan en bestond toen slechts uit een woontoren (donjon). Later is het herhaaldelijk uitgebreid, waarbij de vroegere binnenplaats steeds meer werd volgebouwd. De woontoren is in de

18e eeuw ingestort. Het kasteel is sinds de 17e eeuw niet meer bewoond en is

ook nooit belegerd. Mede daardoor is er weinig aan verbouwd, en is het goed bewaard gebleven. Het beschikt als enige kasteel in Nederland over overdekte weergangen. In 1883 kocht mevrouw A.M. den Tex-Vriese het kasteel met omringende gronden. Haar dochter mevrouw A.M. Metelerkamp van Bronkhorst-den Tex schonk kasteel Hernen in april 1940 aan de Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen die daartoe speciaal was opgericht. De restauratie begon al in 1942 en werd in 1957 afgesloten. 

Een gedeelte van het kasteel is toegankelijk; in een ander deel is de A.A. Brediusstichting gevestigd. In 1968 werd onder andere op dit kasteel de televisie-serie Floris opgenomen.

Appeltern

Appeltern is een dorp in het Land van Maas en Waal met circa 800 inwoners, behorend tot de Gelderse gemeente West Maas en Waal. Het ligt aan de Maas, tussen Batenburg (gemeente Wijchen) en Maasbommel. Het dorp heeft een veerverbinding met het Noord-Brabantse Megen.

Appeltern is vooral bekend vanwege zijn omvangrijke modeltuinencomplex

De Tuinen van Appeltern”, dat jaarlijks vele tienduizenden bezoekers krijgt.

Aan de oostkant van het dorp bevindt zich het stoomgemaal “De Tuut”, dat te bezichtigen is. Ernaast staat een elektrisch gemaal, dat de Nieuwe Wetering tegenwoordig bemaalt en daarmee het zuidoostelijke gedeelte van het Land

van Maas en Waal droog houdt.

Van het kasteel van Appeltern resteren alleen nog bijgebouwen. De bekendste bewoner was de patriot Joan Derk van der Capellen tot den Pol, tot leven gewekt in de roman Schaduwbeeld of Het geheim van Appeltern (1989) van Hella Haasse.

Aan de Maasdijk staat de neogotische St.Servatiuskerk. Aan de veel onopvallender protestantse kerk ernaast zijn middeleeuwse elementen zichtbaar.

Ook is er in Appeltern de Gouden Ham (voorheen de Megense Ham), het is een soort strandje waar je lekker kunt zonnen, als het weer het toelaat.

Gemeente Mook/ Middelaar

Mook en Middelaar (Limburgs: Mook en Middelar) is een gemeente in het uiterste noorden van Limburg. De gemeente telt 8.032 inwoners op 1 januari 2007 en heeft een oppervlakte van 18,82 km² (waarvan 0,48 km² water).

Aan de noordoost zijde grenst de gemeente aan de Gelderse gemeenten Groesbeek en Heumen, het Noord-Brabantse Cuijk ligt in het westen en ten zuiden ligt de gemeente Gennep. De gemeente Mook en Middelaar bestaat uit vier kernen; Mook, Middelaar, Molenhoek en Plasmolen en maakt deel uit van de Stadsregio Arnhem-Nijmegen. De gemeente Mook en Middelaar wordt wel de brug tussen Maas en heuvelland genoemd. De heuvels, bos en heide maken de gemeente grotendeels tot een bijzonder natuurgebied. Toerisme en recreatie zijn de belangrijke pijlers van het gemeentelijk beleid.

In haar huidige vorm bestaat de gemeente Mook en Middelaar pas sinds 1800. Vóór de Franse tijd behoorde Mook tot het hertogdom Kleef en Middelaar tot het hertogdom Gelre. Een oude grenssteen tussen Mook en Middelaar herinnert hier nog aan. In het jaar 2000 heeft de gemeente haar 200-jarig bestaan herdacht.

De historische Mookerheideschans (verdedigingswerk uit de 17e eeuw) op de Mookerheide is gerestaureerd en biedt een mooi uitzicht over het Maasdal. Het gebied ligt ten noordoosten van Mook en ten noorden van de Groesbeekseweg. Het gebied is eigendom van de gemeente Mook en Middelaar. In het gebied is wandelen mogelijk. De Heumense schans is een soortgelijk veldwerk en is eigendom van Natuurmonumenten. Vanaf deze schansen heeft men een vrij uitzicht op het lager gelegen Maasdal met de noord-zuid route over land en water. De Mookerschans ligt in een gemengd naald- en loofbos in een glooiend stuwwallenlandschap.

Aan de oever van de Maas nabij de Cuijksesteeg bevinden zich de resten van een Romeinse brug. Deze resten stammen uit de 4e eeuw na Christus. De brug had een lengte van 450 meter. De Romeinse brug is inmiddels door de Staatssecretaris aangewezen als beschermd archeologisch monument

Mook

Mook is vooral bekend van de Slag op de Mookerhei op 14 april 1574, een veldslag tussen de Oranjes en de Spanjaarden tijdens de Tachtigjarige oorlog. In die tijd strekte de Mookerheide zich nog uit tot aan de stadswallen van Nijmegen.

Uit die periode stamt ook de legende van Kiste Trui, een Middelaarse die tot haar dood met spade en een turende blik naar de grond tevergeefs zocht naar de schatkist van het leger van Oranje. Het bronzen standbeeld van Peter Roovers op het Raadhuisplein en het kapelletje van Onze Lieve Vrouw van de Dwaallichtjes aan de Mortel in Mook herinneren aan deze geschiedenis.


Een van de bekendste verhalen rond de Slag op de Mookerheide gaat over Kiste Trui. Deze vrouw leefde enkele eeuwen geleden in de buurtschap ‘de Riethorst’ bij Middelaar. Trui was bezeten van de gedachte een schatkist te vinden van Lodewijk en Hendrik van Nassau, die bij de veldslag in 1574 sneuvelden. Deze kist, met daarin de krijgskas van de Nassaus, zou in de toenmalige moerassen aan de voet van de heuvels zijn verborgen. Trui heeft haar hele leven naar de kist gezocht, vandaar haar bijnaam. Dag na dag spitte zij met haar spade de grond om, tot ze er simpel van werd. De kist met geld is nooit gevonden…

Nabij de Cuijksesteeg in Mook werd in 1955 een hefbrug gebouwd over het kanaal, dat een verbinding vormt tussen de Maas en de Mookerplas. In verband met de aanleg van hoogwaterkeringen is de hefbrug in 1996 vervangen door een nieuwe brug met keersluis. Eén van de vier heftorens, met contragewicht, is herplaatst als herinnering aan de oude brug. Aan de toren is een cilindervormige uitzichtpost bevestigd, die aan het contragewicht lijkt te hangen.

In 1847 stichtten de zusters Franciscanessen van Heythuysen nabij de Maasdijk in Mook het klooster ‘Maria’. Later kwam daar ook een kostschool bij. De zusters verzorgden zieken en bejaarden, gaven onderwijs aan de Mookse jeugd en kostschoolmeisjes en stichtten hier tevens een kweekschool voor onderwijzeressen, ‘Maria Immaculata’ genaamd. Het gebouwencomplex werd in de Tweede Wereldoorlog voor een groot deel verwoest. In 1948 vestigden de paters Passionisten hier een seminarie, aanvankelijk ‘St. Paulus van het Kruis’, later ‘Gabriëlcollege’ genaamd. Hieraan was ook een instituut voor middelbaar onderwijs verbonden. Van 1977 tot en met 1993 waren de gebouwen in gebruik als internaat en opleidingsschool voor de Rijn- en Binnenvaart en Kustvaart van de Stichting Koninklijk Onderwijsfonds voor de Scheepvaart. In 1997 is de bebouwing gesloopt met uitzondering van de voor- en zijgevels van de voormalige kweekschool.

Tevens herinnert het Engels militair oorlogskerkhof aan de Groesbeekseweg in Mook aan een hevige strijd tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Middelaar

Middelaar (Limburgs: Middelar) is een dorp in de gemeente Mook en Middelaar, in de provincie Limburg. Het is gelegen tussen de Maas en de heuvels van Plasmolen en Groesbeek. Op 1 januari 2005 had het dorp 931 inwoners.

Middelaar behoorde bij het Overkwartier van Gelre of Spaans Opper-Gelre. Tijdens de Spaanse Successieoorlog werd het door Pruisische troepen bezet en zo bleef het als deel van Pruisisch Opper-Gelre ongeveer een eeuw lang Duits (tot 1814).

Middelaar heeft net als Mook weinig winkels maar wel bijzondere historische bezienswaardigheden, zoals de Lambertuskerk en De kapel van ‘Maria Onbevlekte Ontvangenis’.

De Lambertuskerk ligt centraal in Middelaar op een kerkberg op de hoek waar de Dorpsstraat, de Huisseweg en de Bouwsteeg bijeen komen. Tegenover de kerk ligt een parkeerplaats. Rechts van de kerk staat de pastorie, die nagenoeg gelijktijdig met de kerk is gebouwd. Het kerkhof ligt achter en links van de kerk. De bebouwing rond de kerk is deels uit de jaren vijftig, voor het grootste deel echter van recentere datum. Vanwege het orgel is de kerk tot provinciaal monument verklaard.

De kapel van ‘Maria Onbevlekte Ontvangenis’ staat aan de Eindweg in Middelaar. Deze kapel is gebouwd in 1887. De toenmalige pastoor van Middelaar, E. Wismans, besloot hiertoe na terugkeer van een bedevaart naar Lourdes. In 1927 werd het gebouwtje grondig gerestaureerd. Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog werd de kapel grotendeels verwoest, maar al in 1946 was zij weer hersteld. In 1981 is de kapel opnieuw gerestaureerd

Molenhoek

Bijzonder aan dit dorp is dat de provinciegrens tussen Limburg en Gelderland door het dorp loopt: het ligt grotendeels in de gemeente Mook en Middelaar (Limburg) en gedeeltelijk in de gemeente Heumen (Gelderland). Op 1 januari 2005 woonden er 3659 mensen in dit Limburgse deel. Omdat Molenhoek in het meest noordelijk puntje van Limburg ligt wordt het ook wel De Poort van Limburg genoemd.

In Molenhoek kunt u volop wandelen en fietsen in de prachtige bosrijke omgeving of varen in het Maas-Waalkanaal of in recreatiegebied de Mookerplas.

Jachtslot de Mookerheide is een prachtig historisch slot gelegen in een 144 hectaren natuurgebied in Molenhoek. Jan Jacob Luden liet het Jugendstil-monument in de jaren 1902 tot 1905 bouwen. Ooit was het slot privé-eigendom en daarna een tehuis voor moeilijk opvoedbare kinderen van de Dominicanessen van Bethanië. In 1986 werd het Kasteel door de huidige eigenaar gekocht en tot een luxe kasteelhotel veranderd. Rond de sprookjesachtige omgeving van Jachtslot De Mookerheide strekt zich het unieke natuurmonument “Landgoed de Mookerheide” uit. Verscholen in het parkbos ligt Residentie de Jachthoorn waar zich 14 van de 21 zeer luxe hotelkamers bevinden die het Jachtslot rijk is. Op het landgoed van het Jachtslot vindt u The Scottish Barn waar de gasten onder meer met een rustieke bar en een barbecue in de sfeer van de countryside worden gebracht.

Plasmolen

Plasmolen (Limburgs: De Plasmeule) is een dorp in de gemeente Mook en Middelaar, in de provincie Limburg. Het is gelegen tussen de Maas en de gemeente Groesbeek. De N271 scheidt het dorp van de stuwwallen, waaronder de Sint-Jansberg. Op 1 januari 2005 telde het dorp 326 inwoners.

De Sint-Jansberg is een uniek wandelgebied, gelegen op de stuwwal. het gebied bestrijkt circa 250 hectare en is eigendom van Natuurmonumenten. Het Pieterpad loopt door dit gebied.

Op het landgoed Sint Jansberg in Plasmolen bevinden zich in de bodem de resten van een Romeinse villa uit de 2e eeuw na Chr. In de jaren dertig verrichtte de Leidse archeoloog Braat een uitgebreid onderzoek naar de villaresten. Volgens informatie van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) gaat het hier om de restanten van het grootste tot nu toe bekende Romeinse hoofdgebouw in Nederland. De afmetingen bedragen circa 85 x 24 meter. Deze overblijfselen zijn in 1978 aangewezen als wettelijk beschermd archeologisch rijksmonument. In 2001 heeft de gemeenteraad besloten de resten van de Romeinse villa te conserveren en te visualiseren. Door middel van een informatiebord en een staalconstructie zal de omvang van deze Romeinse villa duidelijk worden. De uitvoering van dit project is door bezwarenprocedures echter vertraagd.

In Plasmolen staat tevens een oude watermolen die volgens het ankerjaartal uit 1725 stamt, maar waarschijnlijk nog ouder is. De watermolen is onlangs volledig gerestaureerd

Het Bourgondische zuiden begint in Plasmolen-Mook. In tal van gezellige restaurants wordt u gastvrij onthaald. Noord-Limburg is een aspergegebied bij uitstek. Diverse restaurants bieden in het aspergeseizoen voortreffelijke gerechten en menu’s met asperges. Maar ook voor een kopje koffie met een stuk Limburgse vlaai bent u hier van harte welkom.

 

Sint-Jansberg

De Sint-Jansberg is een landgoed met beboste hellingen, akkers en weilanden. De landbouwgronden worden doorsneden door ‘holle’ wegen. Het bosgedeelte bestaat uit fraaie oude loofbossen en naaldbos. Dit landgoed op de Nijmeegse stuwwal staat bekend om de vele bronbeekjes. Vanaf enkele hoge punten heeft u een prachtig uitzicht op de door houtwallen omgeven akkers en weilanden. In het voorjaar vindt u in het loofbos een tapijt van bosanemoon en speenkruid.

Heumense Schans

Heumense Schans

De Heumense schans – ook wel ‘Sterreschans’ genoemd – ligt nabij de spoorlijn in Molenhoek. Deze schans is, evenals de zuidelijker gelegen Mookerschans, een verdedigings- of vestingwerk. Zij heeft de vorm van een vijfpuntige ster. Een dergelijke vorm is opmerkelijk, omdat uit praktische overwegingen doorgaans de voorkeur werd gegeven aan het aanleggen van een vier-, zes- of achthoekige schans. Vermoedelijk is de schans in de tweede helft van de zeventiende eeuw opgeworpen, mogelijk door Staatse troepen ten tijde van stadhouder Willem III. De doorsnede van de schans bedraagt ruim 50 meter.

mookerschans

Mookerschans

De Mookerschans ligt nabij de Zandsteeg in Mook. Deze schans is, evenals de noordelijker gelegen Heumense schans, een verdedigings- of vestingwerk. Zij is uitgevoerd als een vierkant (circa 70 x 70 mtr), met aan de noordzijde hele bastions en aan de zuidzijde halve bastions. De vormgeving doet vermoeden dat de schans in de tweede helft van de zeventiende eeuw is opgeworpen, mogelijk door Staatse troepen ten tijde van stadhouder Willem III.

Gemeente Groesbeek

De gemeente Groesbeek is een van de mooiste gemeenten in de regio Nijmegen.
Bossen, heuvels en natuurgebieden karakteriseren de omgeving en maken Groesbeek tot een prima verblijfplaats met interessante bezienswaardigheden.

Het gevarieerde landschap, waarin zich ook nog een natuurreservaat bevindt, oefent een grote aantrekkingskracht uit op natuurliefhebbers en mensen, die van rust willen genieten

De gemeente Groesbeek verenigt binnen het prachtige heuvelland uiteenlopende vormen van kunst en cultuur. Fraaie wandel- en fietsroutes voeren langs kunstwerken op kruisingen, prachtige stukken natuur, zoals Natuurreservaat de Bruuk, en monumenten zoals de Nederlandse Hervormde kerk uit de 15e eeuw, De Korenbeltmolen uit 1857 of de Cenakelkerk in Heilig Landstichting uit 1916.

Aan de Zevenheuvelenweg tussen Groesbeek en Berg en Dal ligt het indrukwekkende Canadese Oorlogskerkhof en de Memorial Hall.

Het Groesbeekse landschap heeft zijn ontstaan te danken aan een wal die in de voorlaatste ijstijd (het Saalien = ongeveer 200.000 jaar geleden) door gletsjerijs werd opgestuwd. Ondanks, de na die tijd opgetreden erosie en afvlakking, heeft de stuwwal hier en daar nog een hoogte van meer dan 90 meter boven NAP. Het laagste punt in Groesbeek ligt op ruim 13 meter boven NAP.

De naam Groesbeek (Groes = weiland) verwijst ongetwijfeld naar de beek die zijn oorsprong heeft nabij de N.H. Kerk en die in oostelijke richting stroomt. Deze beek is overigens in de loop der tijden in verregaande mate beduikerd en gekanaliseerd en daardoor in zeer beperkte mate als beek herkenbaar. Er zijn plannen deze beek weer in oude glorie te herstellen.

Vondsten uit de prehistorie en de Romeinse tijd duiden erop dat er al lang in dit gebied gewoond en gewerkt werd. Vermeldenswaard zijn de opgegraven Romeinse potten-, steen- en pannenbakkerijen bij De Holdeurn in Berg en Dal.
De villa ‘Gronspech’ en latere Heerlijkheid Groesbeek zijn vanaf 1040 tot 1699 in het bezit van het geslacht van de Heren van Groesbeek. In 1990 werden aan de Hoflaan de restanten van het kasteel (uit 1375-1425) van deze edellieden opgegraven en werden ook overblijfselen van de eerste vestiging blootgelegd.

Omstreeks 1864 is er een spoorlijn tussen Nijmegen en kleef aangelegd en in augustus 1865 in gebruik genomen. Voor de Groesbekers ging een nieuwe wereld open. Een wereld van bulderende en onder stroom staande locomotieven die, gestookt met steenkool, later nog voor veel bosbranden zouden zorgen. In 1991 is deze lijn opgeheven. De spoorrails ligt er nog als stille getuige. 

De gemeente kent tevens een uitgebreid verenigingsleven en beschikt over diverse culturele, historische en recreatieve attracties. Voor cultuur kunt u terecht in het Museumpark Orientalis in Heilig Landstichting, het Afrikamuseum in Berg en Dal, het Bevrijdingsmuseum in Groesbeek en daarnaast is er in Groesbeek sprake van een rijk muziekleven en heeft cultureel centrum De Mallemolen ook een attractief programma. De dynamiek van de gemeente Groesbeek komt ook goed tot uitdrukking in evenementen zoals de druk bezochte jaarlijkse kermis, de jaarmarkt, het carnaval, de (3e dag van) de Wandelvierdaagse en diverse braderieën.

Ook op het recreatieve vlak kunt u zich op een sportieve manier uitleven. U kunt uiteraard zelf op verkenningstocht gaan, maar u kunt ook kiezen voor uitgezette wandelroutes en fietstochten, waarbij de Via Romana (door de Romeinen aangelegde heerbaan) van Nijmegen naar het Duitse Xanten als historische ontdekkingsreis een bijzondere charme heeft.

 

Groesbeek

Groesbeek is een schitterend toeristisch dorp gelegen in het Rijk van Nijmegen in de provincie Gelderland, ongeveer 11 km ten zuidoosten van Nijmegen en een paar kilometer van de Duitse grensplaats Wyler. Het dorp telt ruim 18.000 inwoners.

Groesbeek wordt ook wel in de volksmond genoemd ‘Groesbeek het dorp der verrassingen’ of  ‘Groesbeek Diamant tussen de heuvels’, deze bijnamen worden niet voor niets genoemd dat blijkt wel uit de rijke historie van dit prachtige dorp. Groesbeek ligt niet alleen op een prachtige locatie in de provincie Gelderland, maar is ook nog eens omgeven door bossen, natuur, dalen en heuvels. Tevens zijn er diverse uitgaansgelegenheden, zoals musea e.d.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft Groesbeek veel te lijden gehad. Na de verwoestingen in een groot deel van Groesbeek in 1944 werd direct na de oorlog de wederopbouw met voortvarendheid ter hand genomen, wat vooral ten doel had de woningnood te lenigen. Dat heeft als gevolg gehad dat, mede door de oost-westas van de spoorlijn en de noord-zuidas van de hoofdverkeersroute de centrumfunctie van de kern Groesbeek zich niet in alle aantrekkelijkheid heeft kunnen ontwikkelen.

Hoewel door deze ontwikkelingen de lokale werkgelegenheid aanzienlijk toenam, bleef het merendeel van de Groesbeekse bevolking aangewezen op werkgelegenheid elders in de regio (Nijmegen en over de Duitse grens). In de periode tot 2010 wil de gemeente Groesbeek daarom werken aan een vernieuwd centrum met een dorpshart, waar het goed toeven is. Een dorpshart, dat een attractief en gevarieerd winkelaanbod kent en dagrecreanten en verblijfstoeristen een goed en afwisselend aanbod van horecavoorzieningen aanbiedt.

Het gevarieerde landschap van de gemeente Groesbeek leent zich bij uitstek voor sportieve evenementen. Dit kwam de afgelopen jaren tot uitdrukking via de Zevenheuvelenloop, de derde dag van de Nijmeegse Wandelvierdaagse, mountainbike wedstrijden resp. kampioenschappen, het Nederlands Kampioenschap Wielrennen op de weg in 2001 en 2002 en de Fietsvierdaagse. Vermeldenswaard is ook de Zwitserloot Dak Run hardloopwedstrijden, die al een aantal jaren in het centrum van Groesbeek gehouden worden.

Berg en Dal

Berg en word ook wel eens, volkomen terecht, “Klein Zwitserland“ genoemd. De kern Berg en Dal, die grotendeels tot de gemeente Groesbeek behoort, dankt zijn naam aan een oude herberg, die omstreeks 1750 aan de Kleefse Baan stond in de richting van het Duitse Wyler.

Omstreeks 1800 ontdekten welgestelde mensen uit Nijmgen de mooie omgeving ten oosten van de stad. Dit proces van beginnend toerisme is in een stroomversnelling gekomen met de bouw van het toen internationaal bekende hotel “Groot Berg en Dal”, dat in 1868 werd geopend. In 1901 werd Berg en Dal door de aanleg van de stroomtramlijn Nijmgen – Berg en Dal nog makkelijker bereikbaar. Vanaf dat moment werd Berg en Dal door alle lagen van de bevolking ontdekt als vakantieoord en kreeg het grote bekendheid.

Veel kenmerken van heuvels en parken komen overeen met de namen zoals die zich hier in Berg en Dal bevinden. Namen als “Sterrenberg”, “Boterberg”, “Galgenberg” en de achtsprongvormige parkaanleg komen in zowel Kleef als Berg en Dal voor. Als eerste belangrijke gebouw van Berg en Dal wordt het logement “Oud Berg en Dal” beschreven. Dit markante geheel houten gebouw bevond zich op gedeeltelijke Pruisisch grondgebied tegenover het huidige Amusementspark “Tivoli”.

Berg en Dal werd eind 19e eeuw en in de eerste helft van de 20e eeuw landelijk bekend als toeristisch trekpleister, vooral vanwege een stroomtram en later de electrische tram, die het dorp aandeden. Omstreeks 1800 ontdekten welgestelde mensen uit Nijmegen ook de mooie omgeving ten oosten van de stad. Dit proces van beginnend toerisme is in een stroomversnelling gekomen sinds de bouw van het internationaal bekende hotel “Groot Berg en Dal” (geopend in 1868).

In 1891 werd Berg en Dal door de aanleg van de stoomtramlijn Nijmegen-Berg en Dal ontsloten. Vanaf dat moment werd Berg en Dal door alle lagen der bevolking ontdekt als vakantieoord en kreeg het grote bekendheid. Het toerisme is sinds die tijd de belangrijkste economische pijler van het dorp. Ook ontstonden er veel nevenactiviteiten zoals stalhouderijen, autoverhuurbedrijven etc. Enkele bekenden gidsen leven nog in de herinnering voort. Het verenigingsleven kwam pas na 1900 tot bloei.

Heilig Landstichting

Het kerkdorp Heilig Landstichting is ontstaan uit de buurtschappen De Ploeg en ’t Heilig Land, die eigenlijk pas eind dertiger jaren als gevolg van het uitbreidingsplan uit 1936 met elkaar versmolten raakten. De stichtingsakte voor Heilig Landstichting is in 1911 opgemaakt en vormde de aanzet van het huidige Bijbels Openluchtmuseum (tegenwoordig Museumpark Oriëntalis), dat u in staat stelt een reis te maken door de wereld van het nabije oosten van 2000 jaar geleden. Pas na de tweede wereldoorlog kreeg de woonkern Heilig Landstichting geleidelijk de huidige vorm en omvang.

De eerste kerk in Heilig Landstichting die er gebouwd werd was de Cenakelkerk (1913-1915), die ontworpen werd door Jan Stuyt in samenwerking met Jos Margry. In Stuyt ’s plannen was ook een grote Heilig Hart-basiliek voorzien. Van deze basiliek zijn alleen de onderzijde van het voorportaal en het atrium gerealiseerd; dit functioneert tegenwoordig als hoofdgebouw van Museumpark Oriëntalis.

natuurreservaten

Natuurreservaat ’De Duivelsberg’

Ten Oosten van Nijmegen tussen Berg en Dal en Beek vindt u het natuurreservaat de Duivelsberg waar u prachtige wandelingen kunt maken. Tevens staat in dit gebied het bekende pannenkoekhuis ‘De Duivelsberg’. De Duivelsberg was vanaf eind 1900 een herberg en sinds 1963 een pannenkoekrestaurant. Hoeveel pannenkoeken er gebakken zijn sinds de opening is helaas niet vastgelegd.

 

Natuurreservaat ’De Bruuk’

Natuurreservaat ‘De Bruuk’ is een schitterend stuk natuur gelegen in de dorpskern ‘De Breedeweg” iets ten zuiden van Groesbeek en gelegen aan het Reichswald. Dit stukje wonderschoon natuur is het bekijken meer dan de moeite waard. Hier vindt men een oase van rust.

 

Reichswald

Aan de oostgrens van Groesbeek tegen de Duitse grens vindt u de bossen van het Reichswald, in dit bossengebied dat zich aan de Oostgrens van Groesbeek  tot nabij Goch uitstrekt vindt u schitterende uitgestrekte bossen, om dit  bos eens te bezoeken is zeker de moeite waard, het Reichswald is ook wel bekend om de slag van het Reichswald deze slag vond plaats tijdens de Tweede Wereldoorlog, ook wel beter bekend als Operatie Veritable of  de slag om het Reichswald. Deze slag begon op 8 februari 1945 en had  als einddoel de verovering van het Rijnland hieronder vielen ook grote steden als Köln, Wesel, Harminkel etc.